Gender Deel 4
Safa en Tayri kennen de weg door de oude metrogangen als geen ander. Ze zijn er nog net niet geboren, maar het scheelt niet veel als je ziet hoe ze hunzelf thuis hebben gemaakt na de verhuizing naar een plekje onder de grond. Na de onfortuinlijke dood van hun ouders zijn zij opgenomen door hun tweede familie onder de straten van de stad. Zo’n beetje alles dat ze nodig hebben is er wel te vinden. Er zijn winkels, cafés en woonplekken, alhoewel het in de verste verte allemaal niet lijkt op de luxe en de grandeur van wat er zich boven hen bevindt, noemen ze het thuis en rekenen ze hun rijk. Het is een volledig op zichzelf staande wereld, maar één die alleen kan bestaan bij de gratie van de wereld erboven.
Vervoer gaat per voet, maar de wegen zijn optimaal, omdat er geen verkeer is en je je niet door ettelijke onnodige zijstraten hoeft te begeven. Niet overal is het verlicht, daarom lopen ze met toortsen om de weg te verlichten. Op het moment zijn ze door de lange gangen op weg naar de meest oostelijke uitgang waar vervoer voor hen klaar staat om mee naar de studio te rijden. Socius Julot is hun bestuurder, daar ze zelf nooit hebben leren rijden. Het aantal keren dat ze in een auto hebben gezeten is op één hand te tellen. Ze zijn betrekkelijk jong en verafschuwen wat er zich afspeelt onder de zon. De bovenwereld is hun merendeels onbekend en een ritje in de auto voelt voor hen als een achtbaan.
Als ze door de uitgang zijn gekropen kijken ze rond op zoek naar een blauwe Hummer met roze deuren. Een onopvallend en alledaags vervoersmiddel, althans, zo is hen verteld. Aan het eind van de straat zien ze waar ze naar op zoek waren en lopen zo onopvallend mogelijk naar hun transportmiddel voor die middag. Ondanks dat ze hun kleding hebben aangepast aan de hedendaagse bovengrondse mode, springen ze er qua uiterlijk toch enigszins uit. Ze merken het en voelen hun wat ongemakkelijk daardoor. De pas versnelt en bij de Hummer aangekomen, trekken ze de deuren vluchtig open en springen op de achterbank.
“De soep is heet als deze wordt opgediend”, zegt de persoon achter het stuur wat monotoon.
“Maar wordt nooit zo gegeten”, is het antwoord van Tayri. Dit is de afgesproken code en nadat de zin door bey is uitgesproken, wordt de auto gestart en rijden de drie weg. Voorafgaand aan de rit zijn voornaamwoorden afgesproken. Het is het beste voor alle Substraten om bovengronds zo min mogelijk op te vallen of de aandacht te trekken als het niet nodig is. Safa en Tayri voelen hun er erg ongemakkelijk bij al beseffen ze hun dat het voor een goed doel is en slechts de tijd zal bestrijken dat ze bezig zijn met het uitvoeren van de plannen.
De auto ruikt naar rook verbloemd door een dennenboom die aan de achteruitkijkspiegel bungelt. Ze kunnen hun de laatste keer dat ze in een auto hebben gezeten niet herinneren en kijken hun ogen uit bij het zien van de luxe die deze wagen heeft. Rijkelijk beklede stoelen met opmerkelijke bloemenmotieven en alles lijkt elektrisch te gaan. Het is een volledig geruisloze auto die ze het gevoel geeft over de weg heen te vliegen.
“Ik weet niet of het is gezegd, maar ik ben Julot. Mijn voornaamwoorden hier zijn oe, oem, oer, oers en oemzelf. De rit naar het verzamelpunt duurt ongeveer twee uur. In de tas naast me zit wat te eten en te drinken voor onderweg. Maak het jezelf gemakkelijk.” Julot ziet eruit als elke ‘normale’ in de wereld boven de grond en zal geen blijvende indruk achterlaten bij de twee jongeren op de achterbank. Oe geeft met een hand de vrolijk gekleurde tas naar achteren door en deze wordt met twee handen aangegrepen.
“Aangenaam Julot. Ik ben Safa en dit is mijn brus Tayri. Goed dat je aan eten en drinken hebt gedacht. Dat van ons is bijna op na de lange wandeling door de tunnels.” Gretig opent py de tas en trekt er een boterham uit met iets dat lijkt op vlees, maar er in de verste verte niet naar smaakt. Py reikt Tayri een donut met roze glazuur aan.
“Jeminee, dat is een lange reis, Julot. Ik had me niet gerealiseerd dat het zo’n lange tocht zou zijn. Ons was slechts ‘een kort ritje’ verteld”, zegt Tayri een beetje verbaasd al kauwend op een taai stukje oudbakken donut die verser oogde dan het was.
In een licht filosofische bui zegt Julot: “Kort, lang, het is allemaal relatief. Een minuut kan lang zijn als je ondersteboven aan je aan je handen en voeten bent vastgenageld aan een paar balken, maar kort als je je op een geweldig diner met een stuk of twaalf goede metgezellen begeeft waar je niet zelf de slingers hebt hoeven ophangen of hebt hoeven koken.”
Safa en Tayri knikken, maar hebben geen idee wat voor onzin oe allemaal aan het uitkramen is. “Zal ik de radio aanzetten?” vraagt Julot vriendelijk, alhoewel oe het antwoord wel kan raden.
“Als je het niet heel erg vindt, genieten we liever even van een gesprek of de stilte,” is het beleefde antwoord van Safa. “Waar wij leven genieten we vooral van het samenzijn. Muziek in de gangen en tunnels maakt veel te veel lawaai.” Ondanks alle bouwwerken onder de grond, galmt het enorm in de tunnels en uit angst om ontdekt te worden is muziek uit den boze.
Julot kijkt even achterom om de gezichten van oers passagiers te zien. Ze ogen jong en onbezonnen en zien er duidelijk uit als mensen die niet veel zon zien en weinig genieten van een frisse douche en een maandelijkse knipbeurt. “Het is duidelijk te zien dat jullie brussen zijn. Een jaar of negentien schat ik zo.”
“Dat heb je goed gezien, Julot. Mijn brus Safa is tien minuten ouder dan ik.”
“Ik heb dus veel meer levenservaring dan bem”, plaagt py. “Daarom voer ik meestal het woord als het om belangrijke dingen gaat.”
Julot lacht vriendelijk en zwijgt daarna. De reis wordt voornamelijk in stilte doorgebracht tot ze er bijna zijn. “Jullie weten wat jullie te wachten staat en wat er van jullie verwacht wordt?” klinkt het wat serieus vanachter het stuur.
“Ja, wij vormen de achterhoede. Het is voor ons zaak om op de uitkijk te staan en in de gaten te houden of de politie eraan komt. Zodra we iets zien wat daarop zou kunnen duiden, zetten we ons alarmsysteem aan en maakt iedereen dat hun zo snel mogelijk wegkomen”, dreunt Safa op.
“Laten we hopen dat alles goed verloopt en er geen ongelukken gebeuren”, spreekt Julot hoopvol. “Ik zet jullie af op de ontmoetingsplaats nabij de studio. Na afloop pik ik jullie daar op. Het kan even duren voordat ik er ben, want ik wil er wel zeker van zijn dat de kust veilig is.”
“Kan ik aannemen dat we op de terugweg niet nog een keer de code hoeven te geven?” vraagt Tayri.
“Nee, ik denk dat ik jullie wel herken. Tenzij jullie in de tussentijd naar de kapper gaan.” Helaas is het grapje niet besteedt aan de jonge mensen.
“We zijn er. Daar aan de overkant.” Julot wijst naar een groot, wit vierkant gebouw lijkend op een verlaten en oud schoolpand: “Dat is jullie verzamelplek. Ga met moed, jongelingen!” Met die gedachte stappen ze uit en rennen ze naar de ingang van het witte blok. Een vlugge blik de omgeving in doet ze weer realiseren hoe inspiratieloos het leven boven de grond eigenlijk is. Er is weinig diversiteit in de bouwwerken te ontdekken en nagenoeg alles is in dezelfde kleuren geverfd. De straten zijn schoon en een enkele boom siert de kant van de weg, maar het geeft bij lange na niet genoeg kleur aan de wereld. Met dezelfde codetaal worden ze binnengelaten en verdwijnen ze uit het zicht van Julot om nooit meer gezien te worden.
Binnen staat een kleine groep van twintig Substraten uit diverse delen van het land te wachten op Cameron. Op een lange en gammele tafel staan flessen drank en wat hapjes, omdat het ondertussen al tegen etenstijd loopt. De uitzending van NOOSE begint stipt om acht uur. De woordvoerder zal weldra arriveren en kort de instructies nog eens doornemen zodat kie er zeker van is dat iedereen weet wat hun te doen en wachten staat. Helaas zal Cameron nimmer aankomen bij het pand en hoewel het doel in zicht en binnen handbereik is, zal het niet bereikt worden. Ze stranden voor de finish en de enige die het ooit zou kunnen navertellen, zal hun er niks meer van herinneren.
Met een blinddoek voor de ogen, de handen geboeid op kir rug loopt kie onder begeleiding van vier enorme personen naar een zwarte Hummer met geblindeerde ramen. Kie wordt achterin tussen twee van deze gespierde mensen ingezet en zonder pardon vervoerd naar de staatsinrichting waar de staatspsychologen een zware klus staat te wachten die ze op zeker zullen klaren. Ondertussen wachten de Substraten nietsvermoedend in het schoolgebouw onder het genot van lekkere hapjes welke onder de grond niet te krijgen zijn.
“Wil je hier iets van?” Met die woorden biedt Safa pylx brus een prikker met een balletje aan, terwijl py er zelf één in de mond stopt. Al kauwend zegt py: “Het is echt lekker, maar die saus ben ik niet zo zeker van.” Wederom is het geen echt vlees, maar smaakt het wel beter dan het lapje rubber op de boterham.
Tayri pakt het prikkertje aan en kijkt wat argwanend naar het kleine, bruine balletje met een lichtgroene vlek smurrie erop. Het verdwijnt twijfelachtig in beir mond en voorzichtig gekauwd en geproefd. Een glimlach verschijnt op beir gezicht en Safa biedt bem er nog één aan. “Dit zou ik elke dag wel kunnen eten,” verklaart bey en Safa stemt er hard knikkend mee in. “We moeten niet vergeten het recept te vragen.”
Buiten het gebouw zijn mensen in zwarte pakken onopgemerkt alle deuren hermetisch aan het afsluiten. De ramen waren al dichtgetimmerd, dus daar wordt verder niks meer mee gedaan. Als de ingangen zijn geblokkeerd verdwijnt iedereen weer uit het straatbeeld en delen van de omgeving worden afgezet, opdat niemand het gebied kan betreden. Als alles gereed is hoort Safa pylx brus nog zeggen dat dit misschien wel het beste moment uit beir leven is en dat bey blij is dit te kunnen delen met pyl. Daarna volgt een luide explosie en zullen Safa en Tayri nooit meer een woord met elkaar wisselen.
Om acht uur zitten onder andere Josefien en Clara voor hun TV te wachten op de uitzending van NOOSE. In plaats van een plotselinge overname van het programma door Cameron, zien ze beelden van een explosie in een vierkant, wit gebouw en horen ze de voice-over de volgende mededeling doen: “Op het gebouw dat u hier in vlammen ziet opgaan, is vandaag een terroristische aanslag gepleegd. Een bijeenkomst van de Vereeniging Van De Vrijheid – een organisatie die zich inzet voor het vrije woord en de bescherming van de rechten van u en ik – was het doelwit van deze terrorist.” Beelden van Cameron die geblinddoekt naar een auto wordt geleid worden getoond. “Alle twintig leden van deze gewelddadige organisatie hebben het met de dood moeten bekopen. De dader, wiens naam vooralsnog niet is vrijgegeven, is nabij het pand gevonden en gaf hun direct over. Een eisenlijst in hun hand maakte duidelijk dat de vrijheid die wij genieten als volk bedreigd wordt door dit soort individuen. U kunt er uiteraard verzekerd van zijn, beste kijkers, dat De Staat er alles aan zal doen om u de vrijheid te garanderen waar u recht op heeft, want ‘meer vrijer is meer beter’.”






Leave a comment